Tips
BODEMSTRUCTUUR Een goede bodemstructuur vormt de basis voor mooie vaste planten. Een nieuwe aanplanting is het ideale moment om de bodemstructuur te verzorgen en extra organisch materiaal in te werken. U kan dit doen met meststof of compost. Compost is een bodemverbeteraar. De gunstige eigenschappen van compost zijn bijna allemaal terug te brengen tot de hoge aanwezigheid van stabiele organische stof.
Organische stof:
o Maakt de bodem vruchtbaarder
o Verhoogt de bodemcapaciteit zowel voor water als voor voedingsstoffen.
Zeker in zandgronden is dit van enorm belang.
In lemige gronden maakt toevoeging van organische stof de bodem gemakkelijker bewerkbaar. De bodem verhardt minder snel. Water kan er gemakkelijker indringen en geabsorbeerd worden waardoor er minder erosie optreedt.
o Maakt dat de bodem sneller opwarmt.
o Blijft langer aanwezig in de bodem dan dierlijke meststoffen waardoor de gunstige effecten van de organische stof lang aanwezig blijven.
Een goed product verkeerd gebruiken geeft slechte resultaten! Het zoutgehalte van de compost bepaalt mee de gebruiksmogelijkheden.
o Een hoog zoutgehalte is ongunstig voor planten. Vooral jonge planten zijn hieraan gevoelig. Het is om die reden raden wij af om planten in zuivere compost aan te planten. Compost wordt best vermengd met de bodem of met andere substraten, of in een dunne laag bovenop de bodem aangebracht. Geen problemen meer!
o Compost met een hoger aandeel aan houtachtig materiaal is minder aangerijkt met voedingsstoffen. Maar doordat gemaakt is van zuiver plantenmateriaal, bevat het ook alle voedingsstoffendie een plant van nature nodig heeft.
Veiliger zijn gedroogde koe-, kuiken- of paardemest of specifieke commerciële producten. Dergelijke producten zijn speciaal samengesteld om in de plantgaten te mengen. Ze zijn op basis van tuinturf gemaakt en bijzonder rijk aan organische stoffen en humus. Er is extra kalk aan toegevoegd om de verzurende werking van pure turf te neutraliseren.
PLANTDICHTHEID
In de informatiefiches van de vaste planten vindt u ook de aangewezen plantdichtheid per vierkante meter. De twee cijfers geven het minimale en maximale aantal planten dat geplant moet worden. Indien de minimale plantdichtheid wordt toegepast, zullen de vaste planten pas na enkele jaren de hun toebedeelde ruimte volledig opvullen. Ze zullen zich maximaal tot sterke planten kunnen ontwikkelen. Nadelen zijn dat het plantvak een aantal jaren niet volledig begroeid is en dat onkruid vrij spel krijgt. Voor gebruik in openbaar groen wordt aangeraden, zeker bij volledig nieuwe aanplantingen, de maximale plantdichtheid toe te passen. Zo bekomt u sneller resultaat en krijgt onkruid al van in het begin nauwelijks kans.
Nog meer planten per vierkante meter dan de maximale plantdichtheid heeft geen zin.
BEMESTING
Bij vaste planten mag u niet overdrijven met meststoffen. Ze hebben in principe weinig stikstof nodig. Ze groeien het mooist wanneer de meststof in verhouding tot de stikstof ook voldoende fosfor en kalium bevat. Fosfor zorgt voor een goede beworteling en kalium geeft een rijkere bloei en een ietwat meer gedrongen groei. Dat laatste is vooral van belang voor vaste planten die sterk in de hoogte groeien. Zij krijgen zo steviger stengels.
Hoewel vaste planten slechts matig bemest moeten worden, moeten ze toch steeds voldoende voedingsstoffen ter beschikking hebben. Daarom is het gebruik van organische meststoffen het meest aangewezen, samengesteld op basis van verschillende dierlijke en plantaardige melen. Ze hebben een lange voedende werking en er is geen risico op wortelverbranding.
Concreet: kies voor de bemesting van vaste planten een samengestelde organische meststof waarvan het eerste cijfer van het NPK-getal (N is stikstof, P is fosfor, K is kalium) niet hoger is dan één van de twee andere getallen.
|