In 2021 werd de Lange Ridderstraat officieel de eerste Antwerpse tuinstraat. Sindsdien heeft het tuinstraatconcept in alle districten ingang gevonden. Gelijktijdig werkte de stad ook in meer omvangrijke projecten aan een klimaatbestendige omgeving. Het Zuidpark werd in 2023 voltooid en de herinrichting van de Scheldekaaien tot een langgerekt rivierpark is nog steeds lopend. Waar de uitvoering van klimaatrobuuste publieke ruimten tot dusver op projectbasis gebeurde, werkt de stad nu aan een groenblauwe aanpak op stadsniveau. Die is gebaseerd op het Waterplan en het Groenplan. Het eerste is een stadsbrede visie met praktijkgerichte korte- en langetermijnoplossingen die van Antwerpen opnieuw een waterstad moeten maken. In het Groenplan staan de gewenste groenstructuur en algemene principes die stadsbreed toepasbaar zijn. Beide plannen geven op stadsniveau de gewenste hoofdstructuren weer, maar verdere verfijning was noodzakelijk. ‘Het wijkniveau is de schaal waarop we de stadsbrede visie en de beleidsdoelstellingen kunnen aftoetsen,’ legt Marianne Hubeau, teamcoördinator publieke ruimte, uit. ‘Hoewel publieke ruimte straat per straat wordt aangelegd, is het niet de bedoeling om de doelstellingen voor elke straat apart te evalueren. Door uit te zoomen naar het wijkniveau wordt duidelijk welke straten water kunnen transporteren en waar het kan infiltreren. Door de natuurlijke grondwatertafel te herstellen, krijgen bomen in de stad betere groeikansen. Het wijkniveau is de gepaste schaal om hydraulische modellen ruimtelijk te gaan inpassen. Door water te koppelen aan bredere klimaatadaptaties met de thema's droogte, hitte, groen en biodiversiteit ontstonden de wijkplannen water en groen’.
Plankader en ontwerpinstrument
De ambitie is hoog: tegen 2050 moet de stad een T20 kunnen opvangen, een extreme regenbui die slechts één keer in de 20 jaar voorkomt. ‘Er zal dan nog steeds water op sommige straten staan’, legt Marianne Hubeau uit. ‘Maar 10 centimeter water dat langer dan een uur op de weg blijft staan, dat zou niet meer mogen. Ook urgentieroutes voor hulpdiensten mogen nooit onberijdbaar zijn door wateroverlast. Kwetsbare plekken zoals zorginstellingen en scholen mogen evenmin getroffen worden.’
De afbakening van de wijkplannen gebeurt op basis van de bovengrondse afstroming van het regenwater en de mogelijke connectie met groengebieden in de omgeving. De wijkplannen vormen zowel een plankader met op wijkniveau een integrale visie op water, groen, hitte en droogte maar zijn tegelijk een concreet instrument waarmee ontwerpers aan de slag kunnen. Elk wijkplan krijgt uitvoering in bouwstenen zoals wadi’s, waterbergende straten, schaduwrijke pleinen en ecologische corridors. Marianne Hubeau: ‘De modellering en het ruimtelijk onderzoek op wijkniveau leidt tot heel concrete opgaven per straat: wat is de nood aan waterbuffering, aan koelteplekken en welke plekken hebben daarvoor het meeste potentieel? Dat is heel waardevolle en praktische informatie om mee aan de slag te gaan.’
Antwerpen heeft momenteel acht wijkplannen, waarvan vijf goedgekeurd – Struisbeek, Brederode, Stadspark, Kiel-Tentoonstellingswijk en Merksem West – en drie in opmaak: Morkhoven – Groenenhoek, Oud-Berchem – Zurenborg en Borgerhout intramuros. Over vijf jaar moeten in totaal een zestiental wijkplannen het hele Antwerpse grondgebied afdekken. Om dat doel te bereiken publiceerde de stad een aanbesteding voor een raamovereenkomst.
Data- en GIS-analyse
De eerste reeks wijkplannen water en groen kwam tot stand met inbreng van uiteenlopende expertises: naast de stedelijke diensten groen, publieke ruimte en omgeving zaten ook experten rond hitte, droogte, biodiversiteit aan tafel. De plannen zijn opgemaakt in samenwerking met twee consortia: enerzijds De Urbanisten, Witteveen+Bos en Common Ground en anderzijds OKRA en Nelen&Schuurmans. Stad Antwerpen coördineert in samenwerking met water-link en Aquafin. ‘Uit die eerste acht plannen leren we veel’, zegt Marianne Hubeau. ‘Zo kunnen we voor de volgende zestien wijkplannen een prioritering maken op basis van data- en GIS-analyse: waar is er veel wateroverlast, een groot groentekort, hitteproblematiek enzovoort. Daarnaast kijken we naar de koppelkansen met lopende stadsontwikkelingsprojecten, zoals de Ringparken. Die wijken krijgen prioriteit zodat de visies op wijkniveau meteen uitvoering kunnen krijgen in deze projecten.’
Na goedkeuring van een wijkplan is het aan het beleid om dat vervolgens als selectiebasis te gebruiken voor de uitvoering van projecten. Marianne Hubeau: ‘Uit de eerste wijkplannen blijkt dat dit werkt. Het Edenplein in Wilrijk en de Maantjessteenweg in Merksem zijn voorbeelden van strategisch gelegen plekken die nu dankzij de wijkplannen op de planning staan voor heraanleg en in het meerjarenprogramma zijn opgenomen.’
Cultuurshift
Op vlak van vergroening mikt Antwerpen eveneens hoog, met de 3-30-300 regel in het Groenplan. Ook hier zal niet het straatniveau maar wel de wijk het toetskader zijn. ‘We moeten realistisch blijven: ook al zetten we met de wijkplannen maximaal in op de publieke ruimte, alles oplossen is onmogelijk’, nuanceert Marianne Hubeau. ‘Daarom definiëren we een restopgave: ook op privaat domein zal extra vergroening nodig zijn om de 3-30-300 richtlijn te halen. Voor verkoeling maakt het geen verschil of een boom op publiek of privaat domein staat.’
Bij de eigenlijke heraanleg van straten en pleinen plukt de stad nu de vruchten van haar pionierswerk met tuinstraten. Op projectniveau zijn de principes van de tuinstraat intussen bij ontwerpers ingeburgerd. Ook al heeft niet elke heraanleg het etiket ‘tuinstraat’, in de praktijk zijn ontharding, vergroening en verblauwing vaak aan de orde. Zowel voor de stedelijke groendienst als voor groenaannemers ligt er de volgende jaren nog heel wat werk op de plank. ‘Ook bij bewoners is het draagvlak gegroeid. In die zin is de cultuurshift gecreëerd’, ondervindt Marianne Hubeau. ‘De Van Vaerenberghstraat in Berchem is een treffend voorbeeld van die mentaliteitswijziging. Er kwamen grote plantvakken die volledig door de bewoners zelf zijn aangeplant en worden onderhouden met financiering van het districtsbestuur. Een mooie samenwerking.’
Ook voor andere steden en gemeenten
‘Wanneer we over enkele jaren wijkplannen zullen hebben voor het volledige stedelijke grondgebied, zullen die een veelheid aan stedelijke typologieën omvatten’, blikt Marianne Hubeau vooruit. ‘Antwerpen bestaat niet enkel uit dicht stedelijk weefsel maar heeft ook een meer open buitengebied. Voor elk van die ruimtelijke types zijn ambities, bouwstenen en strategieën gedefinieerd. Net zoals het concept van de tuinstraten zullen die wellicht kopieerbaar zijn, zodat ook andere steden en gemeenten hieruit kunnen leren. In plaats van projectmatig te blijven werken – hier een plein, daar een straat – moet de focus verschuiven naar een integrale visie op wijkniveau. Als we zo kunnen opschalen, ontstaat een groenblauw netwerk dat water buffert en infiltreert, verkoeling biedt en de biodiversiteit versterkt.’
Meer info:
https://www.antwerpenmorgen.be/nl/projecten/wijkplannen-water-en-groen-algemeen/over
Nota bij de foto’s: de afgebeelde uitvoeringsprojecten zijn geen rechtstreeks resultaat van de wijkplannen water en groen maar geven weer hoe toekomstige inrichtingsprojecten eruit kunnen zien.
Foto's: Frederik Beyens en Stad Antwerpen
FAQ: veelgestelde vragen over wijkplannen voor water en groen (Antwerpen)
- Waarom werkt Antwerpen op wijkniveau in plaats van straatniveau?
Omdat klimaatuitdagingen pas zichtbaar worden wanneer je uitzoomt. “Door uit te zoomen naar het wijkniveau wordt duidelijk welke straten water kunnen transporteren en waar het kan infiltreren.” Het wijkniveau laat toe om water, hitte, droogte en groenstructuren integraal te koppelen. - Wat is het doel van de wijkplannen water en groen?
Ze vormen een kader voor waterbuffering, verkoeling, groenstructuur en biodiversiteit. “Elk wijkplan krijgt uitvoering in bouwstenen zoals wadi’s, waterbergende straten, schaduwrijke pleinen en ecologische corridors.” Zo ontstaat een blauwgroen netwerk dat de stad klimaatrobuust maakt. - Hoe worden de wijken geselecteerd voor nieuwe plannen?
Op basis van data‑analyse en koppelkansen. “We kunnen een prioritering maken op basis van data- en GIS-analyse: waar is er veel wateroverlast, een groot groentekort, hitteproblematiek enzovoort.” Wijken die aansluiten op grote stadsontwikkelingsprojecten krijgen voorrang. - Wat betekent de T20‑norm voor de stad?
Antwerpen wil tegen 2050 een extreme regenbui (eens per 20 jaar) kunnen opvangen. “10 centimeter water dat langer dan een uur op de weg blijft staan, dat zou niet meer mogen.” Urgentieroutes en kwetsbare plekken moeten altijd bereikbaar blijven. - Zijn de wijkplannen ook bruikbaar voor andere steden?
Ja, ze zijn expliciet bedoeld als kopieerbaar model. “Net zoals het concept van de tuinstraten zullen de ruimtelijke principes van de wijkplannen water en groen wellicht kopieerbaar zijn.” De aanpak biedt een schaalbare blauwgroene strategie voor stedelijke gebieden.