De uitdaging: toerisme ondersteunen zonder steenwoestijn
Camperterreinen zijn voor veel gemeenten een kans om verblijfstoerisme aan te trekken, maar ze leveren doorgaans dezelfde standaard op: een geasfalteerd vlak met witte lijnen. Dat past niet bij de ambitie van een groenstad als Hasselt, zeker niet op een locatie vlak naast een beschermd park.
De opgave was dus tweeledig: functioneel genoeg om campers met stroomaansluiting, wifi en sanitaire voorzieningen te ontvangen, en groen genoeg om aan te sluiten bij het aangrenzende Kapermolenpark.
De oplossing: twee zones, minimale verharding, maximale infiltratie
Het camperterrein bestaat uit twee zones met elk een eigen functie:
Zone 1 — vrij toegankelijk. Met drinkwatervoorziening en een lozingsplek voor chemische toiletten. Open voor alle passerende campers, ook voor korte stops.
Zone 2 — afgesloten verblijfszone. Achter een slagboom, met twintig camperplaatsen voorzien van stroom en wifi, ingebed in het groen. Gericht op reizigers die meerdere dagen willen blijven.
De ontwerpkeuzes die het terrein groen maken:
- Grasdallen in plaats van asfalt, waar verharding nodig was (rijvakken, parkeerplaatsen).
- Karrenspoor als hoofdweg — enkel de bandensporen zijn verhard, de rest blijft gras.
- Groendak op het onthaalgebouw.
- Infiltratiezones die het hele terrein doorweven en regenwater opvangen.
- Ingezaaide beplanting aangevuld met bomen, heesters en vaste planten.
- Groene heuvels die het zicht op de nabijgelegen Ring onttrekken en tegelijk als geluidsbuffer werken.
De boodschap die Hasselt maakt
Stad Hasselt formuleert het zelf scherp: plaatsen waar voertuigen kunnen staan, kunnen ook groen zijn. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk op de meeste plekken in Vlaanderen bewijst het tegendeel. Parkings worden zelden als groene ruimte behandeld — ze zijn "verloren" terrein. Dit project laat zien dat met dezelfde functionaliteit een fundamenteel andere uitstraling haalbaar is, mits je bij het programma van eisen al vertrekt vanuit "groen als uitgangspunt" in plaats van groen als afwerking.
Wat kan jouw gemeente hieruit leren?
1. Verharding is zelden noodzakelijk in het volume waarin ze wordt aangelegd. Grasdallen, karrensporen en waterdoorlatende materialen kunnen 70-80% van een parking vervangen zonder aan functionaliteit in te boeten.
2. Groendaken op kleine gebouwen zijn laaghangend fruit. Het onthaalgebouw van een camperterrein is klein, maar een groendak erop signaleert de ambitie en voegt ecologische waarde toe. Vergeet de kleine gebouwen niet.
3. Infiltratie en parking zijn compatibel. Bij een klassieke asfaltparking stroomt al het regenwater via straatkolken naar de riolering. Bij dit ontwerp blijft het water ter plaatse. Bij zware buien verlicht dat de druk op het rioleringsnetwerk van de hele gemeente.
4. 'Waarom kan het niet?' is een betere vraag dan 'Hoe doen we het standaard?' De ontwerpkeuzes in Hasselt zijn geen uitvindingen — grasdallen en groendaken bestaan al decennia. Wat nieuw is, is dat ze samen en consistent worden toegepast op een functie die daar traditioneel niet voor wordt gekozen.
Erkenning
Eerste plaats in de categorie ‘Themagroen’ tijdens de Openbaargroen-awards 2024
Label ‘Klimaatbestendig project’ tijdens de Openbaargroen-awards 2024
FAQ: veelgestelde vragen over groen camperterrein Kapermolen in Hasselt
Waar ligt het camperterrein? Aan de Koning Boudewijnlaan in Hasselt, nabij het Kapermolenpark en de Japanse tuin.
Hoeveel plaatsen zijn er? Twintig camperplaatsen met stroom en wifi in de verblijfszone, plus een vrij toegankelijke zone voor korte stops.
Hoe blijft het groen ondanks de parkeerfunctie? Door grasdallen, een karrenspoor als hoofdweg, een groendak op het onthaalgebouw en infiltratiezones over het hele terrein.