De uitdaging: een versnipperd eilandje verbinden tot een echt park
Tot enkele jaren geleden was de tuin van het Torhoutse cultuurcentrum De Brouckere een groen eilandje in het stadscentrum. Ernaast lag de historische tuin 's Gravenwinkel, aangeduid als beschermd landschap. Tussen beide zat een perceel dat niet in handen was van de stad. En verderop stond het oude gebouw van de FOD Financiën.
Elk van deze delen afzonderlijk was te klein of te afgesloten om als volwaardig park te functioneren. Samen vormden ze de basis voor een aaneengeschakeld stadspark. Het enige wat ontbrak, was het eigendom.
De sleutel: een masterplan en geduldig aankoopbeleid
"Vanaf 2012 werden strategische sites op de kaart gezet bij de opmaak van een masterplan voor stadsvernieuwing, waaronder een aantal verborgen tuinen, al dan niet in eigendom van het stadsbestuur", legt An Wostyn (directeur Ruimte) uit. "Het masterplan stelde ons in staat om stelselmatig cruciale eigendommen aan te kopen wanneer de kans zich voordeed."
Die aanpak klinkt eenvoudig, maar is in de praktijk zeldzaam. De meeste gemeenten kopen grond pas als er een concreet project op tafel ligt, met als gevolg dat ze onder tijdsdruk onderhandelen en vaak te weinig ruimte verwerven. Torhout deed het omgekeerd: eerst het plan, dan gewoon wachten op de kansen. Toen tijdens de vorige legislatuur de historische tuin 's Gravenwinkel te koop kwam, kon de stad snel beslissen. Het aankopen van het tussenliggende perceel maakte de fysieke verbinding tussen beide tuinen mogelijk. Kort daarna werd ook het FOD Financiën-gebouw verworven.
Elke aankoop werd ondersteund met subsidies: Agentschap Onroerend Erfgoed voor het beschermd landschap, Stedenbeleid voor de stadsvernieuwingscomponent, en VLAIO voor de economische revitalisering. Die stapelbaarheid van subsidies is een tweede les uit dit project.
Participatie in coronatijd: digitaal én op papier
Met het oog op de totaalontwikkeling organiseerde het stadsbestuur een participatieronde met bewoners, gebruikers, verenigingen en uitbaters. Omdat dit in coronatijd viel, verliep de bevraging digitaal en via drukwerk — een aanpak die veel gemeenten anno nu nog altijd niet standaard hanteren.
"Uit de antwoorden bleek dat het vernieuwde park een plek moest worden om te wandelen, te fietsen, te spelen en tot rust te komen", vertelt schepen Elsie Desmet. Die vier functies werden vervolgens het uitgangspunt van het ontwerp.
Interessant detail: het cultuurcentrum moest ook tijdens de werken bereikbaar blijven. De directeur van het cultureel centrum was wekelijks aanwezig op het werfoverleg, zodat alle partijen wisten wat er stond te gebeuren en bezoekers geïnformeerd konden worden.
De ontwerpkeuzes: bescherming van bomen als rode draad
Yves Dehondt (Green-YD) kreeg de opdracht voor het ontwerp via een raamovereenkomst. De uitdaging: zacht omgaan met monumentale bomen en met het beschermd landschap van 's Gravenwinkel.
"De nadruk op zachte activiteiten, de aanwezigheid van monumentale bomen en de bescherming van tuin 's Gravenwinkel als beschermd landschap maakten dat we met fluwelen handschoenen te werk moesten gaan, zowel naar ontwerp als naar later beheer", aldus Dehondt. "De stad beschikte over een degelijke inventaris van het bomenbestand en de optimalisering van de groeiplaatsomstandigheden was een belangrijk uitgangspunt van het ontwerp."
De ontwerper noemt één keuze bijzonder trots-waardig: tuin 's Gravenwinkel ligt een meter lager dan De Brouckere, en beide delen zijn via een brugconstructie verbonden. Die brug kwam de toegankelijkheid voor bezoekers ten goede, maar vooral: de wortelzone van de aanwezige beuken bleef gevrijwaard van verdichting. Een forse investering van de stad om het bomenbestand te beschermen.
De keuze voor een groenaannemer (en niet een wegenbouwer)
De aanbesteding verliep gefaseerd. Het terrein van de FOD Financiën werd na sloop aangepakt door een wegenisaannemer. Maar voor De Brouckere en 's Gravenwinkel kwam de stad via een onderhandelingsprocedure bij Tuinen Silvère Vandeputte terecht.
Waarom? "Respect voor het bomenbestand was het belangrijkste uitgangspunt bij de toekenning van de opdracht", zegt Dehondt. "Bij een wegenbouwer is die expertise vaak niet aanwezig, het was evident om richting groenaannemers te kijken. We hebben een plan van aanpak en beschermingsmaatregelen uitgeschreven waaraan de groenaannemer zich moest houden. Dat vraagt inzet van kleinschaliger materiaal, waar niet elke aannemer warm voor loopt."
Koen Vandeputte, zaakvoerder van Tuinen Silvère Vandeputte, had eerder al ervaring met dergelijke omgevingsaanleg. "Vooral in de zone 's Gravenwinkel moesten we omzichtig te werk gaan in functie van het aanwezige bomenbestand. In het gedeelte De Brouckere was dat minder het geval maar hier vormde de realisatie van de brug een mooie uitdaging."
De werfvergadering als cockpit
Een van de meest waardevolle inzichten uit dit project komt van de ontwerper: "De teneur van een werfvergadering is allesbepalend." Als alle partijen bereid zijn om het maximale eruit te halen, ligt het ambitieniveau meteen een stuk hoger. Omgekeerd: een werfoverleg waar alleen technische minima worden afgevinkt, eindigt nooit in een award-winnende aanleg.
Een ander belangrijk principe dat Koen Vandeputte benadrukt: "Het is belangrijker dat de uitvoering kwaliteitsvol gebeurt — ook al duurt het wat langer — dan dat een deadline wordt gehaald met een minder goede uitvoering waarover de mensen achteraf klagen." De ontwerper beaamt: "Koen neemt tijd voor de zaken die tijd vragen. Een tuinaannemer moet in functie van de omstandigheden durven aangeven dat het geen geschikt moment is om te zaaien of te planten, ook al is dat volgens plan de volgende stap."
Materialisatie: eenheid in drie zones
Het park bestaat uit drie zones (oud cultuurcentrum, 's Gravenwinkel en watertuin), ontworpen door deels verschillende partijen. Om eenheid te creëren, zorgde Dehondt voor stroomlijning in materiaalgebruik:
- Gegoten beton voor het hoofdpad dat alle parkdelen verbindt.
- Kleischelpen voor secundaire paden en rond bomen (minder grote substraatopbouw vereist, warmere uitstraling dan gewassen beton).
- Zitelementen als varianten van één basismodel, gemaakt uit balken met of zonder leuning.
- Zitbalken, loopbalken en openluchttheater gemaakt uit gerecupereerde boomstammen, op maat bewerkt door de groenaannemer.
- Pergolastructuren met aanzienlijke hoogte en breedte, proportioneel passend bij de omgeving.
- Waterdoorlatende verharding in plaats van gesloten verharding aan de straatzijde, voor een zachtere overgang tussen straat en tuin.
Waterbeheer: 4.200 m² dak opgevangen
Hemelwater van omliggende daken — samen 4.200 m² — komt in regenwaterputten terecht die aangesloten zijn op een cascade van infiltratiezones, regentuinen en wadi's. Een komvormig evenementenplein dient op piekmomenten van regenval als buffer en als overloop van de andere infiltratiezones.
"Vaak valt de afkoppeling van regenwater en plaatsing van regenwaterputten als eerste weg in aanbestedingsdossiers", merkt Dehondt op. "In deze opdracht werd resoluut de keuze gemaakt om de aanpalende daken af te koppelen. We hebben het hemelwater simpelweg nodig." Die laatste zin is een manifest op zich.
Bomenkeuze: opvolgers voor de beuk
Bij de plantenkeuze zette Green-YD in op klimaatrobuustheid en soortendiversiteit. Voor nieuwe bomen viel de keuze op Zelkova, Styphnolobium (honingboom) en Gymnocladus. Die soorten zijn bewust gekozen als opvolgers voor de huidige beuken.
"We hopen nog minstens 20 tot 30 jaar van de huidige beuken te kunnen genieten, maar we weten dat de soort gevoelig is voor klimaatverandering", aldus Dehondt. "Wanneer de huidige beuken zouden verdwijnen, moeten er vervangende soorten klaarstaan die voldoende robuust zijn."
Voor de kruidlaag is gekozen voor bijenvriendelijke borders met een hoge nectar- en pollenwaarde. "De samenstelling van de borders is vrij complex. Ook hier moet je kunnen rekenen op een ervaren groenaannemer die zo'n beplantingsplan kan lezen en de border zoals bedoeld kan uitzetten." Voor de graszones zijn zaadmengsels gebruikt — ook hier om de impact op boomwortels minimaal te houden.
Beheer heeft vanaf dag één meegedacht
Naast het ontwerp komt er voor Park De Brouckere ook een beheerplan waarmee de stad een deskundige kan aanstellen voor beheer en onderhoud. Daarin staat letterlijk op welke manier elke plant moet worden onderhouden.
"Onze groendeskundige en technische dienst zijn nauw betrokken bij de opmaak van het beheerplan", vertelt An Wostyn. "Zo hebben we vanaf het begin zicht op de onderhoudsvriendelijkheid van de beplanting. Door in het begin van het verhaal selectief te zijn in de keuze van ontwerper en aannemer, weet je dat je de juiste partners aan tafel hebt om dit tot een goed einde te brengen. En dan kan je vooruit."
Wat kan jouw gemeente hieruit leren?
1. Het masterplan is de stille held van dit verhaal. Torhout kon pas snel reageren toen de 's Gravenwinkel-tuin te koop kwam, omdat het masterplan uit 2012 al had bepaald dat deze site strategisch belangrijk was. Zonder dat plan zou de gemeente hebben geaarzeld, onderhandeld over de prijs, en de kans verloren. Elk stadsbestuur zou dit type strategisch masterplan moeten hebben — lang voordat de concrete aankoopkansen zich voordoen.
2. Subsidiestacking is een kunst op zich. De combinatie van drie verschillende subsidiekanalen — Onroerend Erfgoed, Stedenbeleid en VLAIO — vraagt expertise, dossierwerk en goede relaties met die instanties. Maar het is precies die stapeling die een project van deze ambitie financieel haalbaar maakt. Investeer in iemand binnen je administratie die deze kanalen doorgrondt.
3. Kies de aannemer op basis van de uitdaging, niet op basis van standaard. Voor een project met monumentale bomen en beschermd landschap was een klassieke wegenbouwer niet geschikt. De keuze voor een groenaannemer met ervaring in omgevingsaanleg — via onderhandelingsprocedure — was cruciaal voor het eindresultaat. Wees expliciet over wat je niet wil in je aanbestedingsprocedure.
4. Kwaliteit voor deadline. Het principe van Koen Vandeputte — "beter goed en later dan op tijd en slordig" — zou in elk werfcontract moeten worden ingebouwd. Planten op het verkeerde moment zaaien of grondwerken uitvoeren in te natte omstandigheden kost uiteindelijk meer dan gewoon wachten.
5. Denk aan opvolgers vóór de huidige bomen sterven. De keuze om nu al Zelkova, Styphnolobium en Gymnocladus te planten naast de beuken is vooruitziend beleid. Wanneer de beuken binnen 20 tot 30 jaar verdwijnen, staat er al volwassen opvolging klaar. Elk park met oude boomsoorten zou dit principe moeten toepassen.
6. Verbind ontwerp, aanleg en beheer in één lijn. Het beheerplan werd vanaf het begin met ontwerper en aannemer meegedacht. Dat voorkomt dat prachtige aanplantingen binnen vijf jaar verloederen omdat niemand weet hoe ze moeten worden onderhouden.
7. Hemelwater is een grondstof, geen afvalprobleem. De keuze om 4.200 m² dakoppervlak af te koppelen en het water te gebruiken voor park-irrigatie is geen ecologisch cadeau — het is strategisch. "We hebben het hemelwater simpelweg nodig", zoals de ontwerper het zegt.
Erkenning
Vijfde plaats in de categorie ‘Groen(blauwe) ader’ tijdens de Openbaargroen-awards 2025
Groenaannemer-award 2026 (uitgereikt tijdens de Openbaargroen-awards 2025)
Label ‘PLUSgroen’ tijdens de Openbaargroen-awards 2025
Label ‘Klimaatbestendig project’ tijdens de Openbaargroen-awards 2025
FAQ: veelgestelde vragen Park De Brouckere, een nieuw stadspark middenin Torhout
- Wat is Park De Brouckere?
Een nieuw stadspark middenin het centrum van Torhout, gerealiseerd door drie parkdelen samen te brengen: de tuin van het cultuurcentrum, de historische tuin 's Gravenwinkel (beschermd landschap) en het voormalige gebouw van de FOD Financiën. - Hoe slaagde Torhout erin?
Vanaf 2012 zette een masterplan voor stadsvernieuwing strategische sites op de kaart. Dat stelde de stad in staat om cruciale eigendommen stelselmatig aan te kopen wanneer de kans zich voordeed. - Welke subsidies ondersteunden het project?
Agentschap Onroerend Erfgoed, Stedenbeleid en VLAIO. - Wie ontwierp en bouwde het park?
Ontwerp door Yves Dehondt (Green-YD), groenaanleg door Tuinen Silvère Vandeputte. - Welke prijs won het project?
De Groenaannemer-award 2026, toegekend aan Tuinen Silvère Vandeputte. - Welke bomen werden geplant als opvolgers van de beuken?
Klimaatrobuuste soorten: Zelkova, Styphnolobium (honingboom) en Gymnocladus. - Hoe wordt regenwater beheerd?
4.200 m² dakoppervlak wordt afgekoppeld en naar een cascade van infiltratiezones, regentuinen en wadi's geleid. Een komvormig evenementenplein dient als buffer bij piekregen. - Waarom werd een groenaannemer gekozen en niet een wegenbouwer?
Omdat de bescherming van monumentale bomen specifieke expertise vereist die klassieke wegenbouwers vaak niet in huis hebben.