De werfmelding

Bij werken op een werf bent u als aannemer in sommige gevallen verplicht om bepaalde informatie te melden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Dit heet officieel "de melding van de werken 30bis" of "de werfmelding".

Waaruit bestaat de werfmelding?

Voor de start van werken op bouwwerven moet u als aannemer bepaalde inlichtingen verschaffen aan de RSZ:

  • een raming van de belangrijkheid van de werken
  • een identificatie van de opdrachtgever van de werken en eventuele onderaannemers
  • een sluitende opvolging van de financiële RSZ-verplichtingen (bv: inhoudingsplicht)

Het verschaffen van deze inlichtingen aan de RSZ moet door de (hoofd)aannemer gebeuren. Een onderaannemer heeft zelf geen meldingsplicht aan de RSZ, tenzij hij op zijn beurt zelf een beroep zou doen op een andere onderaannemer. Dan moet de onderaannemer dit melden aan de hoofdaannemer die op zijn beurt de RSZ verwittigt.

Wie moet een werf melden?

De verplichte melding geldt voor alle werken “in onroerende staat” [1].

De werfmelding doet u elektronisch via de portaalsite van de RSZ - Aangifte ‘Unieke Werfmelding’.

Vrijstelling

Sommige werken zijn vrijgesteld van de werfmelding en moeten dus niet aan de RSZ worden gemeld:

  • werken waar bij de aanvang geen onderaanneming is voorzien
  • werken waarvan het totaalbedrag niet meer dan 25.000 euro (exclusief btw) bedraagt

Opgelet. Deze vrijstelling vervalt wanneer tijdens de uitvoering van de werken aan één van de voorwaarden niet meer wordt voldaan. Bijvoorbeeld als tijdens de loop van de werken beroep wordt gedaan op een onderaannemer of als de kosten de drempel van 25.000 euro overschrijden. In beide gevallen moet de aannemer de RSZ onmiddellijk via elektronische weg op de hoogte brengen van het bestaan van de werken.

Sancties

Het niet of laattijdig melden van de werfgegevens aan de RSZ kan aanleiding geven tot sancties. Hetzelfde geldt bij het meedelen van onjuiste informatie.

Kwijtschelding of vermindering van de sanctie

De RSZ kan de aannemer en de onderaannemers vrijstellen van de betaling van de boete, wanneer zij een geval van overmacht kunnen inroepen en zo aantonen dat zij onmogelijk hun verplichtingen binnen een redelijke termijn konden nakomen.

De vrijstelling kan ook worden toegekend wanneer het gaat om een eerste overtreding op de meldingsplicht en voor zover er geen enkele inbreuk op de wetgeving inzake sociale zekerheid, werkloosheid of de sociale wetgeving werd vastgesteld die verband houdt met de werken die niet werden gemeld.

De boete kan tot 50% worden verminderd wanneer de niet-naleving van de meldingsplicht als uitzonderlijk kan worden beschouwd. In dit geval moeten de aannemer en alle onderaannemers wel geregistreerd zijn en de verplichtingen naleven die zijn voorgeschreven door de RSZ-wet en de uitvoeringsbesluiten.

[1] Een overzicht van deze werken “in onroerende staat” is terug te vinden in ‘Artikel 20 §2 KB nr.1 BTW’ van de huidige BTW-wetgeving.

Bron: website RSZ