arrowhead-leftarrow-ios-forwardarrow-forwardcalendarbookmarkpricetagsclockcloseFacebook-colorpersonFacebook-colorprintergridhomeinfoFacebook-colormenulockemailsmartphonephonephonepinpinflip-2searchflip-2Facebook-colorcloud-uploadpersonpersonFacebook-colorglobe-2
Overslaan en naar de inhoud gaan

9 tips voor beter groenbeheer

10 min. leestijd

Iedereen heeft het over de vergroeningsopgave. Groen is dé remedie om negatieve effecten van klimaatverandering – wateroverlast door slagregens, hittestress, extreme droogte – te dempen. Maar net zoals de tuin van de buurman vergt openbaar groen onderhoud. En dat vraagt aandacht en dat kost geld.

Groen delft nog vaak het onderspit, zegt Peter de Visser, hoofd Stadsbeheer van de gemeente Zoetermeer. ‘Ik krijg makkelijker geld voor een brug en een straat dan voor de vervanging van groen. Maar het tij begint te keren. Elke gemeente moet een klimaatstresstest maken. In politieke programma’s staat vergroening bovenaan de prioriteitenlijst.’

Toch, als het erop aankomt, is de politiek volgens De Visser vaak nog niet bereid om meer geld voor onderhoud te reserveren. Dat kan problematisch worden als de stad onder druk van klimaatverandering verder vergroend zal moeten worden.

Vakblad Stedelijk Interieur maakte een ronde langs de velden en kwam tot 9 suggesties voor effectiever groenbeheer en meer groenrendement.

Bij Park Geeren-Zuid in Brede was het groenbeheer vanaf het begin onderdeel van het participtieproces. Foto: Ton Gjeltema, gemeente Breda
Bij Park Geeren-Zuid in Brede was het groenbeheer vanaf het begin onderdeel van het participtieproces. Foto: Ton Gjeltema, gemeente Breda

1. Gebruik onderhoudsluw groen

In de Houtense nieuwbouwwijk De Steenen Poort is 3000 vierkante meter aan plantvlakken voorzien van een zogenaamde prairiebeplanting met een mengeling van vaste planten en siergrassen die weinig onderhoud vergen en elk jaar opnieuw opkomen. De prairiebeplanting zorgt voor diversiteit en een seizoensbeleving. De plantvlakken zijn aangelegd in een speciaal samengesteld mengsel van lavagesteente waarin de planten zich vervolgens zelf kunnen handhaven. Wanneer de planten eenmaal staan, is de prairiebeplanting minder onderhoudsintensief dan bijvoorbeeld de traditionele heesterbeplanting, waar regelmatig knippen en schoffelen noodzakelijk is. De beheerkosten kunnen tot 70 procent lager zijn dan de kosten van regulier beheer, mede omdat je maar eens per jaar hoeft af te maaien. Na het maaien komt de beplanting vanzelf opnieuw op.

 

2. Zoek de oplossing op en aan gebouwen

Projectontwikkelaar Peter van der Gugten, directeur van Heijmans Vastgoed, onderscheidt drie niveaus van openbaar groen: op en aan gebouwen, in semiopenbaar gebied en zuivere publieke ruimte.  ‘Groen op daken en aan gevels van gebouwen, daar heb je als gemeente geen omkijken naar, terwijl het wel bijdraagt aan klimaatdoelstellingen,’ zegt hij.

Het voordeel van dak- en gevelgroen is dat dit een oplossing is op particulier terrein en de gemeente dus buiten schot blijft. Het is wel zaak dat je deze vorm van groen als gemeente aan de voorkant in de vorm van gebiedsconstructies inbrengt en ervoor zorgt dat het beheer goed is georganiseerd. Ook dak- en gevelgroen vergt onderhoud.

 

3. Haak aan op maatschappelijke opgaven

Vergrijzing, gezonde stad, veiligheid, leefklimaat, klimaatverandering: het zijn belangrijke maatschappelijke veranderingen en opgaven die hoog op de agenda’s van politici en beleidsmakers staan en een extra motivatie vormen om meer in groen en groenbeheer te investeren. Het is wel zaak dat je dit goed verkoopt. ‘Gezonde stad’ verkoopt beter dan ‘meer geld voor groenbeheer’. Als je goed verkoopt kun je ook leunen op budgetten voor gezondheid, veiligheid, leefkwaliteit, stelt Peter de Visser.

De Visser maakt hier in de praktijk ‘gebruik van: ‘Wij verbinden groenonderhoud steeds vaker aan andere doelstellingen. Je merkt dat het commitment vanuit het bestuur dan groeit.’ Hij stelt dat helpt als er een bewijslast is dat groen bijdraagt aan de leefkwaliteit.

 

4. Sta afschrijvingen op groen toe

Nieuwe begrotingsregels voor gemeenten maken het mogelijk om af te schrijven op investeringen. Dat zou ook mogelijk moeten zijn voor de vervanging van groen. Voor de korte termijn levert dat ruimte op om meer in het groen te investeren, omdat jaarlijks alleen de kapitaallasten (rente en aflossing) op het budget drukken. Uiteraard leen je dan van de toekomst, want die kapitaallasten nemen in de loop der jaren toe.

 

5. Laat vastgoedeigenaren meebetalen

Op de Zuid-Londense gemeenten Southwark mocht de Londense ontwikkelaar More London een kantorenpark bouwen, mits de ontwikkelaar het naastgelegen park een flinke opknapbeurt zou geven. Dat was een goede deal. More Londen liet het park voor 3 miljoen pond herinrichten. Belangrijker nog is dat de belastingbetaler geen rode cent kwijt is aan beheer en onderhoud van het park. Daar is het Potters Fields Park Management Trust voor opgericht, die daags na de herontwikkeling het beheer van het park overnam van Southwark. De gemeente heeft geen omkijken naar het gebied.

 

6. Commodificeer openbaar groen

Hetzelfde Potters Fields Park in Londen wordt gebruikt voor events, voor minimaal 4 uur. Autofabrikant Smart huurde het park af om een nieuw elektrisch model te presenteren. Een Spaanse wijnregio presenteerde in het park een nieuwe wijn en British Telecom lanceerde zijn breedbandservice in het park. Stephen Cornford, chief executive van het Potters Fields Park Management Trust: ‘We hebben ook veel aanvragen van buitenlandse toerismebureaus die hier hun land willen presenteren aan het publiek. Een Franse aanvrager merkte op dat zoiets in Frankrijk gratis zou zijn. Maar niet in Engeland. In Regent’s Park of in Hyde Park zou het niet anders zijn, terwijl die parken gewoon onder de verantwoordelijkheid van de lokale gemeente vallen.’

 

7. Kies voor mede-eigenaarschap

Peter de Visser: ‘Een nieuwe ontwikkeling is om al bij de gronduitgifte het groen over te dragen in eigendom aan de bewoners, die dan samen de zorgplicht krijgen voor het onderhoud en beheer rondom hun woningen. De eerste ervaringen daarmee zijn positief: wat van jezelf is, daar zorg je altijd beter voor, is daarbij de veronderstelling. Voorbeelden zijn te vinden in de wijk Oosterheem in Zoetermeer’.

Peter van der Gugten refereert nog aan de beheerconstructie van het in 2007 opgeleverde Chassé Park in Breda, waar hij als oud-directeur van Proper-Stok Ontwikkelaars bij betrokken was. Het openbaar gebied is strikt genomen geen publieke ruimte, maar eigendom van de bewoners van het Chassé Park. Zij organiseren en bekostigen het beheer zelf.

Van der Gugten gelooft in het ‘oudehofjesidee’ waarbij de openbare ruimte overdag vrij toegankelijk is, maar ’s avonds op slot gaat, als middel om meer eigenaarschap te creëren bij bewoners en daarmee ook verantwoordelijkheid voor onderhoud en beheer. ‘Parijs zit vol met deze privéparkjes. Ik heb daar louter goede ervaringen mee. Zelfs het Central Park in New York is voor een groot deel privé. Ik vind dat je de openbare ruimte op de schaal van kleine parkjes heel goed uit handen kunt geven. Dan ben je al voor 80 tot 90 procent klaar met je beheervraagstuk.’

 

8. Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Als je het beheer wilt overdragen aan burgers, doe het dan vanaf het begin, stelt De Visser. Uitgerekend de vervangingsopgave biedt kansen om het beheer van openbaar groen over een ander boeg te gooien en delen van de openbare ruimte in eigendom of beheer te geven van burgers. Van der Gugten heeft daar goede ervaringen mee, niet alleen in het Bredase Chassé Park, maar ook in Parijs waar hij onlangs zag hoe grote delen van de openbare ruimte worden beheerd en onderhouden door bewoners van naastgelegen flats, die er moestuinen hebben. Een belangrijke voorwaarde om te voorkomen dat de aandacht verslapt is dat de burger-beheerders zich eigenaar voelen. Dat vereist een zekere mate van beslotenheid. Publiek toegankelijk, maar niet openbaar. Ofwel: speel wat meer met het idee van semiopenbare ruimte.

 

9. Wees realistisch met participatie

Peter de Visser: ‘We hebben jarenlang ervaring met het in beheer geven van stukjes groen aan particulieren. Ons doel is méér betrokkenheid van bewoners bij hun directe leefomgeving. Daar slagen wij in. Maar het aantal burgers dat we bereiken is met gemiddeld 1 tot 2 procent beperkt. Het is een al jaren constant percentage, onafhankelijk van de inspanning die we als gemeente leveren.’

Participatief beheer is volgens De Visser enkel toepasbaar voor relatief kleinschalig groen. Zodra het groter wordt, wordt het lastig. Bovendien verdwijnt na verloop de aandacht. ‘Wij gaan uit van een aandachtsspanne van 5 tot 7 jaar, dan moeten we het beheer als gemeente vaak weer overnemen. De kostenbesparing die je realiseert doordat burgers je taken uit handen nemen, zijn we kwijt aan twee medewerkers die de bewoners bij het onderhoud begeleiden. Je merkt ook dat burgers vakbekwaamheid missen. Groenbeheer is nog altijd een vak.’

Gerelateerde artikels